ECLI:NL:RBDHA:2024:772
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening verblijfsvergunning en beroep niet tijdig beslissen
Eiser, van Iraanse nationaliteit, diende in 2015 een asielaanvraag in die in 2017 werd afgewezen en deze afwijzing werd bevestigd door de hoogste bestuursrechter. Na een nieuwe aanvraag in 2018 en daaropvolgende procedures, werd in 2023 het verzoek om herziening van het eerste besluit afgewezen.
Eiser betoogde dat hij al in 2015 aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning voldeed en dat verweerder ten onrechte geen bestuurlijke dwangsom had toegekend na ingebrekestelling. De rechtbank oordeelde dat het verzoek om herziening terecht werd afgewezen omdat de nieuwe informatie die tot vernietiging leidde pas later beschikbaar kwam en eiser niet aannemelijk maakte dat hij eerder aan de vereisten voldeed.
Verder werd geoordeeld dat verweerder geen dwangsom verbeurd had, mede gelet op de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND en een relevante uitspraak van de hoogste bestuursrechter. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit tot afwijzing van herziening van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.