ECLI:NL:RBDHA:2024:7705
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen maatregel bewaring vreemdeling
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen de maatregel van bewaring die op 6 mei 2024 aan hem is opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Op 10 mei 2024 is deze maatregel opgeheven omdat verzoeker is overgedragen aan Kroatië. Vervolgens heeft verzoeker op 13 mei 2024 het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank heeft zonder zitting uitspraak gedaan op het verzoek om proceskostenveroordeling. Volgens de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan een proceskostenveroordeling worden uitgesproken als het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen aan het beroep. In deze zaak is de bewaring echter opgeheven vanwege overdracht naar Kroatië en niet als tegemoetkoming aan het beroep van verzoeker.
Verzoeker heeft ook geen motivatie gegeven waarom een proceskostenveroordeling op zijn plaats zou zijn. Daarom ziet de rechtbank geen aanleiding om de staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van proceskosten en wijst het verzoek af als kennelijk ongegrond. De uitspraak is gedaan door rechter E.J. Govaers en griffier Ż.A. Meinert en openbaar gemaakt op 22 mei 2024.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat de maatregel van bewaring is opgeheven vanwege overdracht aan Kroatië en niet als tegemoetkoming aan het beroep.