ECLI:NL:RBDHA:2024:77

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 januari 2024
Publicatiedatum
8 januari 2024
Zaaknummer
NL22.9824
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid na bezwaarafwijzing verblijfsvergunning

Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, welke op 2 mei 2022 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit. Tevens verzocht hij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat de rechtsgevolgen van het besluit zouden worden opgeschort totdat op het bezwaar was beslist.

Op 27 november 2023 heeft de staatssecretaris het bezwaar ongegrond verklaard en verzoeker is gewezen op de mogelijkheid om beroep in te stellen. Verzoeker heeft geen beroep ingesteld binnen de daarvoor gestelde termijn. De voorzieningenrechter overweegt dat een verzoek om voorlopige voorziening alleen mogelijk is indien bezwaar of beroep aanhangig is. Nu het bezwaar is afgewezen en geen beroep is ingesteld, is het verzoek niet-ontvankelijk.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af zonder zitting en zonder proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 2 januari 2024 en is definitief, hoger beroep of verzet is niet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard en afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.9824

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nr.]
(gemachtigde: mr. A. Roozdar),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: S. Sinniah).

Procesverloop

In het besluit van 2 mei 2022 (primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen.
Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft daarnaast de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat de rechtsgevolgen van dat besluit worden opgeschort totdat er op het bezwaar is beslist.
Bij besluit van 27 november 2023 heeft verweerder het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard.
Verzoeker is bij bericht van 27 november 2023 gewezen op de mogelijkheid om beroep in te stellen tegen de beslissing op bezwaar. Verzoeker heeft geen beroep ingesteld..
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb is een verzoek om een voorlopige voorziening alleen mogelijk als er ook een bezwaar (of beroep) aanhangig is.
2. Aangezien verweerder al op het bezwaar heeft beslist, is er geen bezwaar meer aanhangig. Evenmin is er beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar, terwijl de termijn daarvoor inmiddels is verlopen, zodat geen toepassing kan worden gegeven aan artikel 8:81, vijfde lid, van de Awb (het aanmerken van een verzoek om een voorlopige voorziening hangende bezwaar als een verzoek om voorlopige voorziening hangende beroep).
3. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. van de Merbel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.