ECLI:NL:RBDHA:2024:7699
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling wegens niet tijdig beslissen in vreemdelingenzaak
Verzoeker is op 6 oktober 2023 in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen door verweerder op zijn aanvraag. Op 23 november 2023 heeft verweerder alsnog de aanvraag ingewilligd, waarna verzoeker het beroep heeft ingetrokken en vergoeding van proceskosten heeft gevorderd.
De rechtbank heeft geen zitting gehouden omdat dit niet noodzakelijk was en heeft overwogen dat verweerder geen bezwaar heeft tegen vergoeding van de proceskosten. De proceskosten worden vastgesteld op € 437,50, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, aangezien verzoeker een professionele juridische hulpverlener heeft ingeschakeld.
Daarnaast is verweerder verplicht het betaalde griffierecht van € 184,- te vergoeden. De rechtbank hanteert een wegingsfactor van 0,5 voor het indienen van het beroepschrift. De uitspraak is gedaan op 15 februari 2024 en is openbaar bekendgemaakt.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan verzoeker.