Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Ambtshalve toetsing
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, werd op 29 maart 2024 in vreemdelingenbewaring gesteld door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank behandelde het beroep op 8 april 2024. Eiser voerde aan dat hij op 21 maart 2024 een aanvraag tot toetsing aan het EU-recht had ingediend, waardoor hij procedureel rechtmatig verblijf zou hebben en de bewaring onrechtmatig was. De rechtbank oordeelde dat de aanvraag onvolledig en niet op de voorgeschreven wijze was ingediend, waardoor deze niet als een geldige aanvraag kon worden beschouwd.
De staatssecretaris mocht daarom de bewaring opleggen. Daarnaast waren er gegronde redenen voor de bewaring, waaronder het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou belemmeren. Eiser betwistte deze gronden niet. De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was en verklaarde het beroep ongegrond. Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.