ECLI:NL:RBDHA:2024:7563
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- D. Bruinse - Pot
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure
In deze bestuursrechtelijke zaak hebben verzoekers, waaronder een moeder en haar minderjarige kinderen, een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Dit besluit van 27 maart 2024 hield in dat de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling werd genomen omdat Spanje verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van de asielaanvraag volgens de Dublinverordening.
Verzoekers hadden tevens beroep ingesteld tegen dit besluit. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met een soortgelijke zaak op 22 april 2024. Op de dag van de uitspraak, 17 mei 2024, oordeelde de rechtbank dat het beroep in de andere zaak was behandeld, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter D. Bruinse - Pot en is uitgesproken in het openbaar. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep reeds is behandeld.