ECLI:NL:RBDHA:2024:752
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Rohingya wegens aannemelijke Pakistaanse nationaliteit
Eiser, een staatloze Rohingya geboren in Saoedi-Arabië, vroeg asiel aan in Nederland. Hij stelde dat hij niet de Pakistaanse nationaliteit bezit en dat hij vanwege zijn achtergrond en situatie in Saoedi-Arabië en Myanmar bescherming nodig heeft. Verweerder wees het asielverzoek af als kennelijk ongegrond en ging uit van de Pakistaanse nationaliteit van eiser, mede op basis van door eiser overgelegde paspoorten die als echt zijn beoordeeld, hoewel één visum vervalst bleek.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet de Pakistaanse nationaliteit bezit. De door eiser aangevoerde argumenten over discriminatie van Rohingya in Pakistan en zijn persoonlijke situatie werden niet overtuigend geacht, mede omdat hij niet vergelijkbaar is met Rohingya die als vluchteling uit Myanmar in Pakistan verblijven. Ook het ontbreken van persoonlijke problemen met Pakistaanse autoriteiten werd door eiser niet gesteld.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht is uitgegaan van de Pakistaanse nationaliteit en dat er geen reëel risico op ernstige schade of vervolging bestaat. De stelling dat eiser met zijn gezin niet tot Pakistan zou kunnen worden toegelaten werd niet onderbouwd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat hij de Pakistaanse nationaliteit bezit en geen reëel risico op vervolging loopt.