Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, werd op 18 maart 2024 onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 2 april 2024.
Eiser voerde meerdere gronden aan waaronder onrechtmatig handelen tijdens de asielprocedure, onrechtmatig binnentreden in zijn kamer, onjuiste grondslag voor ophouding, onvoldoende voortvarendheid bij uitzetting en het ontbreken van zicht op uitzetting naar Nigeria. De rechtbank oordeelde dat het binnentreden rechtmatig was, de ophouding op juiste wettelijke grondslag was gebaseerd en dat de zware gronden voor bewaring (3a en 3c) feitelijk juist en voldoende gemotiveerd waren.
Verder concludeerde de rechtbank dat de staatssecretaris voldoende voortvarend te werk gaat bij de uitzetting, mede gelet op de ingediende laisser-passer aanvraag en het vertrekgesprek. Het betoog dat er geen zicht op uitzetting is, werd niet onderbouwd. Ook het argument dat een lichter middel had moeten worden toegepast vanwege het gezinsleven van eiser werd verworpen omdat geen afhankelijkheidsrelatie was vastgesteld.
Ten slotte werd het bezwaar tegen het detentieregime in het Detentiecentrum Rotterdam niet door de bestuursrechter beoordeeld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.