ECLI:NL:RBDHA:2024:7501
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 56 Vreemdelingenwet
Eiser, een staatloze vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, werd door de staatssecretaris verplicht om zich vanaf 12 april 2024 te verblijven in de vrijheidsbeperkende locatie Ter Apel. Dit gebeurde op grond van artikel 56 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser niet aan zijn vertrekplicht voldeed en geen vaste woon- of verblijfsplaats heeft.
Eiser betoogde dat hij niet vrijwillig kon vertrekken vanwege het ontbreken van reisdocumenten voor Saoedi-Arabië, en dat de maatregel disproportioneel en in strijd met artikel 5 EVRM Pro is. De staatssecretaris stelde dat eiser sinds 16 maart 2024 geen rechtmatig verblijf meer heeft en dat het ontbreken van reisdocumenten niet afdoet aan de vertrekplicht.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht de maatregel oplegde omdat eiser niet aan zijn vertrekplicht voldeed, wat ook juridisch vaststaat na afwijzing van zijn asielaanvraag en het ongegrond verklaren van zijn beroep en hoger beroep. De rechtbank vond dat het belang van de openbare orde de maatregel rechtvaardigt en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel is ongegrond verklaard en de maatregel blijft van kracht.