Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een vreemdeling met de Marokkaanse nationaliteit, is op 18 maart 2024 in bewaring gesteld door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank heeft vastgesteld dat er voldoende gronden zijn voor de bewaring, waaronder het risico dat eiser zich aan toezicht onttrekt en de uitzettingsprocedure belemmert. Hoewel eiser aangeeft vrijwillig te willen vertrekken en een laissez-passer heeft aangevraagd, acht de rechtbank dit onvoldoende reden voor een lichter middel. De medische situatie van eiser vormt geen beletsel voor bewaring, aangezien passende zorg in detentie beschikbaar is.
Verder oordeelt de rechtbank dat de staatssecretaris voldoende voortvarend heeft gehandeld bij de uitzetting, met onder meer een vertrekgesprek en een lp-aanvraag bij de Marokkaanse autoriteiten. Het ontbreken van navraag bij het consulaat over eerdere lp-aanvragen leidt niet tot onvoldoende voortvarendheid.
De rechtbank concludeert dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig is geweest en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.