ECLI:NL:RBDHA:2024:7449

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 maart 2024
Publicatiedatum
17 mei 2024
Zaaknummer
24-434
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:12 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding bij niet-tijdig beslissen asielaanvraag

Verzoeker heeft op 5 januari 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Verweerder had echter al op 4 januari 2024 een besluit genomen, waardoor het beroep feitelijk niet-ontvankelijk was. Verzoeker trok het beroep in en verzocht de rechtbank om verweerder te veroordelen tot betaling van proceskosten.

De rechtbank overweegt dat het beroep niet ontvankelijk zou zijn geweest omdat niet voldaan was aan de voorwaarden van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hierdoor ziet de rechtbank geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen aan verzoeker.

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af en besluit zonder zitting omdat dat in deze zaak niet noodzakelijk is. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf, in aanwezigheid van griffier D.D. Bijlhout.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het beroep niet-ontvankelijk zou zijn geweest.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.434
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. H.T. Gerbrandy), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder heeft wel gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.1
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen.2
3. Verzoeker is op 5 januari 2024 in beroep gegaan, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op haar asielaanvraag. Op 4 januari 2024 heeft verweerder alsnog een beslissing genomen op zijn aanvraag. Verzoeker heeft daarna het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken en daarbij de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
4. Verzoeker heeft op 5 januari 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag. Verweerder heeft echter op 4 januari 2024 al een besluit genomen op zijn asielaanvraag. Dat maakt dat ten tijde van het instellen van beroep er niet was voldaan aan de voorwaarden voor het indienen van een beroep op grond van het niet tijdig beslissen door verweerder, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. Het beroep zou, indien dit niet was ingetrokken, niet-ontvankelijk zijn geweest. Daarom bestaat geen aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
1. Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van D.D. Bijlhout, griffier.
t