ECLI:NL:RBDHA:2024:744

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 januari 2024
Publicatiedatum
24 januari 2024
Zaaknummer
NL23.34512
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing asielaanvragen in verlengde procedure

Verzoekers hebben twee afzonderlijke besluiten van 26 oktober 2023 aangevochten waarin hun asielaanvragen in de verlengde asielprocedure als kennelijk ongegrond zijn afgewezen door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zij hebben hiertegen beroepen ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.

De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan. In samenhang met de uitspraak in de zaken NL23.34511 en NL23.34518, waarin de beroepen van verzoekers zijn behandeld, worden de verzoeken om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter S.E. van de Merbel en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvragen wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL23.34512 en NL23.34519

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[naam 1], V-nummer: [nummer 1], verzoeker

[naam 2], V-nummer: [nummer 2], verzoekster
hierna tezamen: verzoekers
(gemachtigde: mr. D. van Elp),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij twee afzonderlijke besluiten van 26 oktober 2023 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers in de verlengde asielprocedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroepen ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.34511 en NL23.34518, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen van verzoekers. De verzoeken worden daarom als kennelijk ongegrond afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. van de Merbel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.