ECLI:NL:RBDHA:2024:740
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing beroep wegens niet tijdig beslissen aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Tijdens de procedure heeft verweerder alsnog besloten de mvv aan verzoekster toe te kennen, waarna verzoekster het beroep heeft ingetrokken en vergoeding van proceskosten heeft gevorderd.
De rechtbank stelt vast dat verweerder niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist, maar het beroep geheel is tegemoetgekomen door alsnog toekenning van de mvv. Op grond van artikel 8:75a van de Awb kan de rechtbank in dat geval de proceskosten aan verweerder opleggen.
De rechtbank wijst het verzoek tot proceskostenvergoeding toe en bepaalt de hoogte op € 437,50, gebaseerd op een puntensysteem met een wegingsfactor voor licht beroep. Tevens wijst de rechtbank op de verplichting van verweerder tot vergoeding van het griffierecht van € 184,00.
De uitspraak is gedaan door rechter S.E. van de Merbel en openbaar gemaakt op 24 januari 2024.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van € 437,50 aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen op de aanvraag mvv.