ECLI:NL:RBDHA:2024:7362

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 mei 2024
Publicatiedatum
16 mei 2024
Zaaknummer
NL 23.4445
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbRichtlijn 2001/55/EG
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsprocedure

Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid dat zij niet in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming volgens Richtlijn 2001/55/EG. Na beslissing op het bezwaarschrift door verweerder heeft verzoekster geen beroep ingesteld.

De voorzieningenrechter overweegt dat een verzoek om voorlopige voorziening alleen ontvankelijk is indien er een lopende beroepsprocedure is tegen het bestreden besluit. Omdat geen beroep is ingesteld, is het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar bekendgemaakt. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een lopende beroepsprocedure.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.4445

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], V-nummer: [vnummer], eiseres

(gemachtigde: mr. S. de Schutter),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

Procesverloop

Bij besluit van 27 oktober 2022 en bij besluit van 26 januari 2023 heeft verweerder beslist dat verzoekster niet in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming als bedoeld in Richtlijn 2001/55/ EG.
Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft op 12 januari 2024 beslist op het bezwaarschrift van verzoekster.
Verzoekster heeft geen beroep ingesteld tegen de beslissing op het bezwaarschrift.

Overwegingen

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Het verzoek om voorlopige voorziening gaat over het primaire besluit en het bestreden besluit. De voorzieningenrechter constateert dat tegen dat laatste besluit geen beroepsprocedure loopt. Alleen als dat wel het geval is, kan iemand een verzoek om voorlopige voorziening doen. Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom niet-ontvankelijk.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van B.A. van der Wiel, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.