Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] , verzoekster,
[naam 2],
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag bij besluit van 14 juli 2023 niet-ontvankelijk verklaard. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een verwante zaak op 14 december 2023 behandeld. Inmiddels is op dezelfde dag als deze uitspraak een beslissing genomen op het beroep zelf, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep op dezelfde dag is behandeld.