Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.De procedure
2.Het incident tot tussenkomst, althans voeging
3.De feiten
- de door Odido gestelde vragen de toepassing van de uitsluitingsgrond niet kunnen rechtvaardigen;
- uit de aanbestedingsstukken niet volgt dat wens D-W 1 inhoudt dat de inschrijver begin 2023 al over een scorecard (die ziet op 2022) van EcoVadis had moeten beschikken om aan te tonen dat zij aan wens D-W 1 voldoet;
- de aanbestedingsstukken al voorzien in een sanctie mechanisme voor het geval de EcoVadis score niet mocht worden behaald ten tijde van de uitvoering van de opdracht;
- op basis van (i) de onderbouwing die reeds aan de Staat gegeven is, (ii) de self-assessment die Odido heeft uitgevoerd, (iii) het duurzaamheidsprogramma dat Odido heeft en (iv) de vastgestelde ambities die Odido op duurzaamheidsvlak heeft, is voor de Staat voldoende betrouwbaar vast te stellen dat Odido ten tijde van haar inschrijving voldeed aan wens D-W 1;
- de uitsluitingsgronden uit artikel 2.87, lid 1, onderdeel h en i Aw niet van toepassing zijn nu Odido op een logisch verklaarbare manier heeft uitgelegd en op goede gronden heeft aangegeven dat zij aan wens D-W 1 voldoet;
- toepassing van de uitsluitingsgronden in strijd is met het evenredigheidsbeginsel;
- de Staat toepassing dient te geven aan de proportionaliteitstoets uit artikel 2.87a Aw; en
- de door Odido voorgestelde reparatiemaatregelen, te weten: het indienen van haar self assessment, het doorgeven van de EcoVadis score over 2023 aan de Staat en, indien dit niet toereikend wordt geacht, het afgeven van een verklaring waarin Odido een toelichting geeft op het verschil van inzicht over de invulling van wens D-W 1, voldoende zijn om de betrouwbaarheid van Odido vast te stellen.
4.Het geschil
5.De beoordeling
Meca-arrest). Het wordt overgelaten aan de aanbestedende dienst – en dus niet de nationale rechter – om te beoordelen of een ondernemer moet worden uitgesloten van een aanbestedingsprocedure. Het is in het bijzonder aan de aanbestedende dienst om de integriteit en betrouwbaarheid van een inschrijver te beoordelen. De beoordelingsvrijheid van de Staat brengt mee dat de voorzieningenrechter de beslissing van de Staat tot uitsluiting van Odido terughoudend moet beoordelen. Alleen indien de Staat in redelijkheid niet tot dit oordeel heeft kunnen komen mag de voorzieningenrechter ingrijpen.
Esaprojekt))
.
Esaprojekt)).
Esaprojekt)). Het voorgaande betekent dat ook op dit punt voor de voorzieningenrechter een terughoudende rol is weggelegd. De voorzieningenrechter moet daarom toetsen of de Staat in redelijkheid heeft kunnen komen tot het oordeel dat de door Odido voorgestelde maatregelen onvoldoende zijn. De voorzieningenrechter is van oordeel dat die vraag bevestigend moet worden beantwoord. Daarvoor is het volgende van belang.