ECLI:NL:RBDHA:2024:7327
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen wegens onvoldoende aannemelijke vrees voor eerwraak en valse aangifte
Eisers, van Pakistaanse nationaliteit, dienden in oktober 2021 asielaanvragen in vanwege vrees voor eerwraak en een valse aangifte door de vader van eiseres. Zij verlieten Saoedi-Arabië zonder toestemming van de schoonvader wegens onderdrukking en financiële conflicten. De staatssecretaris wees de aanvragen af omdat geen reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Pakistan werd vastgesteld.
De rechtbank oordeelt dat de vrees voor eerwraak niet aannemelijk is gemaakt, mede omdat de problemen voortkomen uit een financieel conflict en er geen sprake is van onzedelijk gedrag dat eerwraak rechtvaardigt. Ook is geen sprake van toegedichte afvalligheid, aangezien eisers zich aan de streng islamitische regels hielden. De valse aangifte wordt onvoldoende onderbouwd geacht, mede door gebrek aan details en het feit dat eisers al geruime tijd niet in Pakistan zijn geweest.
De rechtbank concludeert dat de staatssecretaris terecht de asielaanvragen als ongegrond heeft afgewezen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eisers krijgen geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman op 8 mei 2024.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvragen wegens onvoldoende aannemelijke vrees voor eerwraak en valse aangifte.