ECLI:NL:RBDHA:2024:7294
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen weigering verblijfsvergunning asiel wegens Dublin-verantwoordelijkheid
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag op 4 april 2024 niet in behandeling genomen, omdat Oostenrijk verantwoordelijk zou zijn volgens het Dublin-verdrag. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter besloot zonder zitting dat het verzoek om een voorlopige voorziening toe te wijzen is, omdat onverwijlde spoed dit vereist en de belangen van verzoeker dit rechtvaardigen. De voorzieningenrechter wacht de uitkomst van een meervoudige kamer af over de uitleg van het arrest H&R van het Hof van Justitie, dat relevant is voor de zaak.
Door de voorlopige voorziening wordt het besluit van 4 april 2024 geschorst, waardoor verzoeker niet mag worden uitgezet naar Oostenrijk totdat het beroep is beslist. Deze schorsing heeft geen onomkeerbare gevolgen en is niet ingrijpend.
Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 875 voor één proceshandeling, namelijk het indienen van het verzoekschrift.
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het besluit van 4 april 2024 wordt geschorst en verzoeker mag niet worden uitgezet naar Oostenrijk totdat op het beroep is beslist.