ECLI:NL:RBDHA:2024:7276
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens niet tijdig beslissen asielaanvraag
Verzoekster is op 2 augustus 2023 in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag door verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Op 22 september 2023 heeft verweerder alsnog besloten de aanvraag in te willigen, waarna verzoekster haar beroep heeft ingetrokken en de rechtbank heeft verzocht verweerder te veroordelen in de proceskosten.
Verweerder heeft geen bezwaar gemaakt tegen het verzoek tot vergoeding van proceskosten. De rechtbank heeft het beroep terecht geacht en heeft de proceskosten vastgesteld op € 437,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Hierbij is rekening gehouden met het inschakelen van een professionele juridische hulpverlener en een wegingsfactor van 0,5.
De rechtbank heeft geen aanleiding gezien om partijen uit te nodigen voor een zitting en heeft de proceskostenveroordeling uitgesproken. Verweerder is veroordeeld tot betaling van het genoemde bedrag aan verzoekster.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan verzoekster.