ECLI:NL:RBDHA:2024:7171
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op tijdelijke bescherming Oekraïense vreemdeling die voor conflict vertrok
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een Oekraïense vreemdeling die bezwaar maakte tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor verblijf op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming. De vreemdeling was al op 28 juli 2021 uit Oekraïne vertrokken om in Hongarije te werken, vóór het uitbreken van het conflict in februari 2022.
De rechtbank oordeelde dat alleen Oekraïners die na 26 november 2021 Oekraïne hebben verlaten en binnen een bepaalde periode naar de EU zijn gereisd, of die al vóór 27 november 2021 in Nederland verbleven, recht hebben op tijdelijke bescherming. Omdat eiser niet aan deze voorwaarden voldoet, wordt zijn beroep ongegrond verklaard.
Daarnaast verwierp de rechtbank het beroep op het gelijkheidsbeginsel, omdat de situatie van eiser niet vergelijkbaar is met die van ontheemden door het conflict. Ook is geen sprake van strijd met het evenredigheidsbeginsel, aangezien eiser de reguliere asielprocedure kan volgen. Het bestreden besluit is geen terugkeerbesluit. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de Oekraïense vreemdeling op tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard omdat hij vóór het conflict uit Oekraïne vertrok.