ECLI:NL:RBDHA:2024:7129

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 mei 2024
Publicatiedatum
10 mei 2024
Zaaknummer
NL23.26301
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:83 AwbRichtlijn (EG) 2001/55Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/381
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing proceskostenveroordeling na intrekking beroep tijdelijke bescherming

Verzoeker had beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om het recht op tijdelijke bescherming te beëindigen per 4 september 2023. Dit beroep werd op 16 februari 2024 ingetrokken, mede omdat de staatssecretaris de gevolgen van het besluit voor vergelijkbare vreemdelingen had bevroren. Verzoeker verzocht vervolgens om een proceskostenveroordeling.

De voorzieningenrechter oordeelde dat de bevriezing van het besluit de gevraagde voorlopige voorziening vormde en dat de intrekking van het beroep gerechtvaardigd was. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker.

De proceskosten werden vastgesteld op een vast bedrag van € 875,-, gebaseerd op de inzet van een professionele rechtsbijstandverlener. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is onherroepelijk, omdat geen verzet of hoger beroep mogelijk is.

Uitkomst: De staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 875,-.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.26301
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. F.A. van den Berg), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

In het besluit heeft de staatssecretaris bepaald dat het recht van verzoeker op tijdelijke bescherming in de zin van Richtlijn (EG) 2001/55 en Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/381 van 4 maart 2022 eindigde op 4 september 2023 (het bestreden besluit).
Verzoeker heeft op 1 september 2023 beroep ingesteld tegen dit besluit (zaaknummer NL23.26300). Tevens heeft hij verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verzoeker heeft op 16 februari 2024 zijn beroep en verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken en vraagt om een veroordeling van verweerder in de proceskosten.
Verweerder heeft laten weten zich niet te verzetten tegen een toewijzing van het verzoek om een proceskostenveroordeling.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan verweerder bij afzonderlijke uitspraak veroordeeld worden in de proceskosten.
3. Verweerder heeft op 2 september 2023 besloten om de gevolgen van de besluiten tot beëindiging van het recht op tijdelijke bescherming te bevriezen voor alle vreemdelingen die in een vergelijkbare situatie verkeren. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is
daarmee de voorlopige maatregel getroffen waar ook in het verzoek om is gevraagd. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder daarom tot het vergoeden van de door verzoeker gemaakte proceskosten.
4. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1). Volgens het Bpb is dit een vast bedrag omdat verzoeker een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor hem een verzoekschrift in te dienen.

Beslissing

De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 875,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.C. Kampschuur, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
01 mei 2024

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen verzet of hoger beroep open.