ECLI:NL:RBDHA:2024:7124
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij gelijktijdige beroepsuitspraak in vreemdelingenzaak
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Na afwijzing van het bezwaar heeft verzoeker beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij de rechtbank.
De rechtbank heeft zowel het beroep als het verzoek om voorlopige voorziening op 7 maart 2024 behandeld. Omdat de rechtbank op het beroep heeft beslist, acht de voorzieningenrechter het treffen van een voorlopige voorziening overbodig en wijst het verzoek af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter mr. E.E.M. van Abbe en is uitgesproken in het openbaar op 23 april 2024. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat gelijktijdig op het beroep is beslist.