ECLI:NL:RBDHA:2024:7119
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging WIA-uitkeringsbesluit wegens onrechtvaardige toerekening regreslasten
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van Schoonmaakbedrijf Victoria B.V. tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om aan een ex-werknemer een WIA-uitkering toe te kennen. De werkgever betwistte de toerekening van de uitkeringslasten, omdat de arbeidsongeschiktheid voortvloeide uit een verkeersongeval waarvoor een derde aansprakelijk was.
De rechtbank oordeelde dat de toekenning van de WIA-uitkering niet gelijkstaat aan een toerekeningsbesluit, dat door de Belastingdienst wordt afgegeven. Hierdoor was de bezwarenprocedure niet de juiste weg om de regresvraag te behandelen. De rechtbank wees erop dat regresvorderingen civielrechtelijk kunnen worden afgedwongen en dat het wettelijke kader de werkgever niet rechteloos stelt.
Verder stelde de rechtbank vast dat de bezwaren tegen het primaire besluit niet-ontvankelijk verklaard hadden moeten worden, omdat deze dezelfde strekking hadden als het beroep. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. Tevens veroordeelde zij het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen.