ECLI:NL:RBDHA:2024:7118
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak wegens gelijktijdige beroepsuitspraak
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Na afwijzing van het bezwaar heeft verzoekster beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter.
De rechtbank heeft zowel het beroep als het verzoek om voorlopige voorziening op 7 maart 2024 behandeld. Omdat de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan op het beroep, acht de voorzieningenrechter het treffen van een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan op 23 april 2024 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat gelijktijdig uitspraak is gedaan in de beroepsprocedure.