ECLI:NL:RBDHA:2024:7087
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiser heeft op 15 september 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel ingediend. Verweerder heeft op 14 oktober 2022 Duitsland verzocht om terugname van eiser op grond van de Dublinverordening, wat op 18 oktober 2022 werd afgewezen. Vanaf 28 oktober 2022 is verweerder verantwoordelijk voor de behandeling van de aanvraag.
Volgens artikel 42 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 moet verweerder binnen zes maanden beslissen, maar het besluit WBV 2022/22 verlengt deze termijn met negen maanden voor aanvragen die nog niet waren verstreken op 27 september 2022. Hierdoor was de beslistermijn voor eiser nog niet verstreken toen hij op 20 december 2023 een ingebrekestelling indiende.
De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling prematuur was en dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het indienen van beroep wegens niet tijdig beslissen. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en de zaak is zonder zitting behandeld.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.