ECLI:NL:RBDHA:2024:7050
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 12 april 2024 het asielverzoek van de verzoeker afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om tijdens de behandeling van het beroep in Nederland te mogen blijven en opvang te behouden.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld buiten zitting en geoordeeld dat nu de hoofdzaak (het beroep) reeds is beslist op dezelfde dag, de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.L. Weerkamp en griffier A.S. Hamans en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.