ECLI:NL:RBDHA:2024:7049

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 mei 2024
Publicatiedatum
8 mei 2024
Zaaknummer
24.5458
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:20 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig beslissen asielaanvraag na inwilliging

Eisende partij heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 7 september 2021. Op 19 april 2024 heeft de staatssecretaris alsnog het besluit genomen om de asielaanvraag in te willigen. De rechtbank heeft de eisende partij verzocht te reageren op dit besluit, maar deze heeft geen reactie gegeven.

De rechtbank oordeelt dat het belang bij het beroep is komen te vervallen nu het besluit is genomen en het beroep mede betrekking heeft op dit besluit. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Wel wordt de eisende partij een proceskostenvergoeding toegekend, omdat de staatssecretaris niet tijdig heeft beslist en pas na ingebrekestelling en beroep een besluit heeft genomen.

De proceskostenvergoeding bedraagt €437,50, gebaseerd op één punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde van €875,- en een wegingsfactor van 0,5. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en openbaar gemaakt op 8 mei 2024.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €437,50 aan proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.5458

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eisende partij,

geboren op [geboortedatum],
van Turkse nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. I.M. Zuidhoek),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris.

Inleiding

Eisende partij heeft op 14 februari 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag van 7 september 2021.
Bij besluit van 19 april 2024 heeft de staatssecretaris de asielaanvraag van de eisende partij ingewilligd.
De rechtbank heeft bij bericht van 22 april 2024 de eisende partij verzocht binnen twee weken de rechtbank te informeren of de inwilligende beslissing aanleiding is om het beroep in te trekken. De eisende partij heeft desgevraagd geen reactie gegeven op het alsnog genomen besluit.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaak niet nodig is.
2. Nu de staatssecretaris reeds een besluit op de asielaanvraag van de eisende partij heeft genomen, heeft de eisende partij geen belang meer bij het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Omdat de eisende partij desgevraagd geen reactie heeft gegeven op het alsnog genomen besluit, moet het ervoor worden gehouden dat dit besluit geheel aan het beroep van de eisende partij tegemoet komt. Het beroep heeft daarom niet op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Awb, mede betrekking op het alsnog genomen besluit.
3. Het beroep is niet-ontvankelijk.
4. De eisende partij krijgt wel een vergoeding voor de proceskosten die zijn gemaakt. Niet in geschil is namelijk dat de staatssecretaris niet tijdig op de asielaanvraag van de eisende partij heeft beslist, dat de eisende partij vervolgens een geldige ingebrekestelling heeft verstuurd en dat de staatssecretaris pas na het instellen van het beroep tegen het niet tijdig nemen van het besluit een besluit heeft genomen. De staatssecretaris moet de proceskostenvergoeding betalen. Toegekend wordt € 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875,-, bij een wegingsfactor 0,5).

Beslissing

De rechtbank:
-verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
-veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van de eisende partij tot een bedrag van
€ 437,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van M.A. Postma, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.