ECLI:NL:RBDHA:2024:7044
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toelating moeder op grond van gezinsleven en polygamie
Eiseres, met Eritrese nationaliteit en woonachtig in Saoedi-Arabië, verzocht om toelating tot Nederland op grond van haar gezinsleven met haar minderjarige dochter (referente) die sinds 2018 in Nederland woont bij haar vader en diens echtgenote. De aanvraag werd aanvankelijk afgewezen, waarna de rechtbank in een eerdere uitspraak het bezwaar gegrond verklaarde en verweerder opdroeg een nieuw besluit te nemen.
In het bestreden besluit concludeerde verweerder dat het gezinsleven tussen eiseres en referente niet zodanig intensief is dat toelating van eiseres tot Nederland gerechtvaardigd is. Referente en haar broertje zijn niet gedwongen uit Saoedi-Arabië vertrokken, maar dit was een keuze van hun ouders. Het gezinsleven kan ook in Saoedi-Arabië worden voortgezet. Daarnaast weegt het belang van Nederland bij een restrictief toelatingsbeleid en het voorkomen van een polygame situatie zwaar.
Eiseres voerde aan dat zij een verzorgende rol heeft en dat toelating in het belang van het kind is, verwijzend naar jurisprudentie en het recht op gezinshereniging. De rechtbank oordeelde echter dat het contact tussen eiseres en haar kinderen beperkt is tot telefonisch contact en dat er geen praktische verzorgende rol is. Ook is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het gezinsleven in Saoedi-Arabië niet kan worden voortgezet.
De rechtbank achtte de belangenafweging van verweerder zorgvuldig en rechtmatig, waarbij het economische belang van Nederland en het voorkomen van polygamie meewegen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar toelating tot Nederland wordt ongegrond verklaard.