ECLI:NL:RBDHA:2024:6912
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen voortduring maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 behandeld. Eiser betoogde dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend zou handelen bij zijn uitzetting en dat er geen zicht op uitzetting op korte termijn zou zijn. Daarnaast stelde hij dat de bewaring hem zwaar valt en dat hij een dochter heeft, wat volgens hem een lichter middel zou rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris voldoende voortvarend te werk gaat, onder meer door herhaalde rappels bij de Marokkaanse autoriteiten en het voeren van vertrekgesprekken met eiser. Er is geen reden om aan te nemen dat de Marokkaanse autoriteiten geen laissez-passer zullen verstrekken. Bovendien werkt eiser niet actief mee aan zijn uitzetting.
De rechtbank achtte het niet aannemelijk dat de belangenafweging in het voordeel van eiser uitvalt en vond dat de enkele stelling dat eiser een dochter heeft en dat de bewaring zwaar valt onvoldoende is om een lichter middel op te leggen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.