ECLI:NL:RBDHA:2024:6808
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland
Eiser heeft in Nederland een asielaanvraag ingediend op 4 mei 2023, die in behandeling werd genomen maar later buiten behandeling werd gesteld. Vervolgens diende eiser op 27 september 2023 een asielaanvraag in Duitsland in, waar hij een grensoverschrijdingsdocument ontving. De staatssecretaris nam de aanvraag in Nederland niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelt dat de verantwoordelijkheid van Duitsland terecht is vastgesteld. De Duitse autoriteiten hebben het verzoek tot terugname geaccepteerd en de asielaanvraag in behandeling genomen, ook al is deze nog niet inhoudelijk beoordeeld. De rechtbank wijst erop dat 'in behandeling nemen' niet vereist dat de aanvraag al inhoudelijk is beoordeeld.
Eiser stelde dat overdracht aan Duitsland de procedure onevenredig zou bemoeilijken omdat Nederland de aanvraag al inhoudelijk in behandeling had genomen. Dit verweer wordt verworpen omdat de Dublinverordening niet vereist dat de aanvraag in de snelste lidstaat wordt behandeld en eiser heeft geen bijzondere omstandigheden aangetoond die overdracht onevenredig maken.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat Duitsland verantwoordelijk is voor de asielaanvraag. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn op 23 april 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat Duitsland verantwoordelijk is voor de asielaanvraag blijft in stand.