ECLI:NL:RBDHA:2024:6735
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag.
Eiser stelde dat zijn persoonlijke ervaringen in Kroatië, waaronder mishandeling en onmenselijke detentieomstandigheden, onvoldoende zijn meegewogen en dat toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening gerechtvaardigd was vanwege schending van artikel 3 EVRM Pro. De staatssecretaris verwees naar het interstatelijk vertrouwensbeginsel en stelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij een reëel risico loopt.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris de verklaringen van eiser voldoende heeft betrokken en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van structurele tekortkomingen in Kroatië die een uitzonderlijke situatie vormen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het besluit tot niet in behandeling nemen blijft in stand.
Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en kan binnen een week hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.