Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
€ 7.500,-;
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben op 30 maart 2023 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De staatssecretaris heeft niet binnen de wettelijk gestelde termijn van 90 dagen besloten, ondanks een ingebrekestelling op 6 oktober 2023. Eisers hebben vervolgens op 21 november 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris de beslistermijn heeft overschreden en dat het beroep ontvankelijk en gegrond is. De staatssecretaris heeft geen verweerschrift ingediend en heeft geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die de termijnoverschrijding rechtvaardigen.
De rechtbank beveelt de staatssecretaris om binnen acht weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom van € 100,- per dag op met een maximum van € 7.500,-. Tevens wordt de reeds verbeurde dwangsom vastgesteld op € 1.442,-. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten aan eisers.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt de staatssecretaris op binnen acht weken alsnog te beslissen met oplegging van een dwangsom.