Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
De gronden van de maatregel van bewaring
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een beroep tegen een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. De staatssecretaris had de maatregel op 5 maart 2024 opgelegd en deze op 13 maart 2024 opgeheven. Eiser betoogde onder meer dat het gebruik van handboeien tijdens het transport onrechtmatig was en dat een lichter middel, zoals een meldplicht, had moeten worden toegepast.
De rechtbank overwoog dat eiser zich verzette tegen zijn overbrenging en dat het gebruik van handboeien noodzakelijk was om vlucht te voorkomen. De zware gronden voor bewaring, waaronder het risico op onttrekking en de Dublinoverdracht, waren voldoende gemotiveerd en niet onrechtmatig. De rechtbank verwierp ook het betoog dat een lichter middel passend was, mede omdat eiser wisselende verklaringen gaf over zijn medewerking en eerder een kans had om vrijwillig te vertrekken.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was en dat het beroep ongegrond is. Het verzoek om schadevergoeding werd daarom eveneens afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.