Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse nationaliteitdragende vreemdeling, werd op 12 maart 2024 in vreemdelingenbewaring gesteld door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betwistte deze maatregel en stelde beroep in, tevens als verzoek om schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de bewijslast voor het aantonen van een verblijfsvergunning in Spanje bij eiser ligt. Het enkel overleggen van een adres in Spanje en een nieuw Marokkaans paspoort is onvoldoende. De staatssecretaris had de bewaring gemotiveerd op basis van het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou belemmeren, gesteund op gronden uit het Vreemdelingenbesluit 2000.
Eiser voerde aan dat hij zelfstandig terug wilde reizen naar Spanje en verwees naar buskaartjes op de telefoon van zijn vrouw, alsmede zijn persoonlijke omstandigheden met een zwangere vrouw en kinderen in Spanje. De rechtbank stelde vast dat er geen bewijs was van de buskaartjes en dat de staatssecretaris terecht een zwaarder middel kon toepassen gezien het risico op ontduiking.
Ambtshalve toetsing wees uit dat de bewaring tot het moment van onderzoek niet onrechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.