ECLI:NL:RBDHA:2024:6653
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Den Haag het beroep van eiser beoordeeld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De staatssecretaris baseerde dit besluit op de Dublinverordening, die bepaalt dat de lidstaat die verantwoordelijk is voor de asielaanvraag deze moet behandelen. Nederland heeft vastgesteld dat Duitsland verantwoordelijk is en heeft een verzoek tot terugname aan Duitsland gedaan, dat door Duitsland is aanvaard.
Eiser voerde aan dat hij nooit in Duitsland asiel heeft aangevraagd en dat Spanje verantwoordelijk zou zijn omdat hij daar eerst asiel aanvroeg. De rechtbank oordeelde dat de registratie in het Eurodac-systeem met een Duits Eurodac-nummer voldoende bewijs is dat Duitsland verantwoordelijk is, en dat de situatie met Spanje door artikel 19 lid 3 van Pro de Dublinverordening niet tot verantwoordelijkheid van Spanje leidt.
Verder stelde eiser dat hij vreest voor een schending van zijn rechten in Duitsland vanwege zijn Koerdische afkomst, maar de rechtbank vond dat hij dit onvoldoende had onderbouwd en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt. Ook het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening en artikel 8 EVRM Pro faalde omdat eiser geen bijzondere omstandigheden aannemelijk maakte. De rechtbank verklaarde het beroep daarom ongegrond en liet het besluit van de staatssecretaris in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.