ECLI:NL:RBDHA:2024:6616
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens gebrek aan geloofwaardigheid en kennelijke ongegrondheid
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende asielzoeker, heeft op 8 maart 2024 een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris is afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarnaast is een inreisverbod van twee jaar opgelegd. De rechtbank behandelde het beroep op 16 april 2024.
Eiser baseert zijn asielverzoek op dreiging van dood door criminele bendeleden en vervolging wegens het plaatsen van een Berber-vlag op sociale media. De staatssecretaris achtte alleen het eerste element geloofwaardig en verwierp de overige gronden vanwege gebrek aan geloofwaardigheid en tegenstrijdigheden in het verhaal.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht de aanvraag als kennelijk ongegrond heeft afgewezen. Dit vanwege het late tijdstip van indiening vlak voor vreemdelingenbewaring, het niet melden op het moment van oproep, en tegenstrijdige verklaringen over verblijfplaatsen. Ook is het bestreden besluit voldoende gemotiveerd en in lijn met het motiveringsbeginsel.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens gebrek aan connexiteit. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.