Eisers, bestaande uit twee partijen die elk een woning huren in Den Haag, vorderen in kort geding dat zij met elkaar van woning mogen ruilen. [Eisers 1 & 2] hebben behoefte aan meer ruimte vanwege gezinsuitbreiding, terwijl [eiseres 3] vanwege medische klachten en een lager inkomen een kleinere, gelijkvloerse woning wenst.
De kantonrechter beoordeelt of er sprake is van een spoedeisend belang en of aan de wettelijke vereisten voor woningruil is voldaan, waaronder het overleggen van een huisvestingsvergunning. Hoewel eisers stellen dat zij aan deze voorwaarden voldoen, is onduidelijk of [eiseres 3] daadwerkelijk in aanmerking komt voor een huisvestingsvergunning, omdat de door haar opgegeven inkomensgegevens niet controleerbaar zijn en door gedaagde partijen gemotiveerd worden bestreden.
Daarnaast is het belang van eisers onvoldoende spoedeisend om een bodemprocedure af te wachten. De medische klachten van [eiseres 3] zijn niet recent onderbouwd en het ruimtegebrek bij [eisers 1 & 2] is niet zodanig urgent dat een voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. De vorderingen worden daarom afgewezen en eisers worden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten.