ECLI:NL:RBDHA:2024:6558
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure
Verzoeker, van Syrische nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft dit verzoek niet in behandeling genomen omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag op grond van de Dublinverordening.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft beide zaken op 23 april 2024 behandeld.
Gezien de uitspraak in het hoofdberoep (zaaknummer NL24.12941) heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is en heeft daarom het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter N.M. van Waterschoot en is op 1 mei 2024 openbaar gemaakt. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdprocedure reeds is beslist.