Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[pleegouder 2],
1.Het verloop van de procedure
- [naam 1] en [naam 2] , namens de gecertificeerde instelling;
- de moeder, bijgestaan door een tolk;
Rechtbank Den Haag
De minderjarige is geboren binnen het huwelijk van de ouders, die inmiddels zijn gescheiden. Na ontheffing van het gezag van beide ouders werd de gecertificeerde instelling belast met de voogdij, later opgevolgd door pleegouders. De minderjarige verbleef tien maanden in een gesloten accommodatie en is recent bij de moeder gaan wonen.
De gecertificeerde instelling verzoekt om een machtiging tot uithuisplaatsing bij de moeder zonder gezag, omdat de minderjarige zich positief heeft ontwikkeld en het niet wenselijk is om eerst naar een open setting te gaan. De moeder ontvangt begeleiding en er is hulpverlening gestart voor de minderjarige. De pleegouders stemmen in met het verzoek, hoewel zij zorgen uiten over mogelijke negatieve invloed van de eveneens onder toezicht staande zus die bij de moeder woont.
De kinderrechter heeft de minderjarige gesproken en concludeert dat de machtiging noodzakelijk is in het belang van verzorging en opvoeding. De minderjarige ervaart steun bij de moeder en volgt onderwijs via Horizon, met een zoektocht naar een passend alternatief. De gecertificeerde instelling zal de hulpverlening monitoren en gesprekken voeren met pleegouders over hun zorgen. De beschikking is verleend voor de duur van de ondertoezichtstelling tot 11 juli 2024.
Uitkomst: Machtiging tot uithuisplaatsing bij de moeder zonder gezag verleend voor de duur van de ondertoezichtstelling.