ECLI:NL:RBDHA:2024:6502
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublin-zaak verblijfsvergunning asiel
Verzoekster, van Syrische nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen op grond van de Dublinverordening, omdat Duitsland verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling.
Verzoekster heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank. Tegelijkertijd heeft zij een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om het bestreden besluit tijdelijk te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting beoordeeld en vastgesteld dat de rechtbank in een gelijktijdige zaak het beroep ongegrond heeft verklaard. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wordt het verzoek afgewezen.
Er is geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. De uitspraak is openbaar gemaakt en er staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard.