ECLI:NL:RBDHA:2024:6496
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van 9 januari 2024, waarbij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk heeft verklaard. Verzoeker had tevens beroep ingesteld tegen dit besluit.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld zonder partijen uit te nodigen voor een zitting, aangezien dit niet noodzakelijk werd geacht. Op 5 maart 2024 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.1648), waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening verviel.
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter G.J.H. Boerhof en is uitgesproken in het openbaar. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de verblijfsvergunning asiel is afgewezen.