Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, (gemachtigde: mr. M. de Jong).
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
N.S.e.a..
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep op 12 maart 2024 behandeld en beoordeelt of het besluit rechtmatig is.
Eiser stelde dat Duitsland niet kan worden vertrouwd vanwege tekortkomingen in de opvang en asielprocedure, waaronder capaciteitsproblemen, geweld en xenofobie. Hij verwees naar diverse artikelen en het arrest van het Hof van Justitie van de EU om aan te tonen dat Nederland geen blind vertrouwen mag hebben in de Duitse autoriteiten. Daarnaast voerde eiser aan dat zijn gezin in Nederland woont en dat overdracht aan Duitsland zijn echtscheidingsprocedure en omgang met zijn kinderen belemmert.
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel in beginsel geldt en dat eiser niet heeft aangetoond dat er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die een risico op schending van fundamentele rechten opleveren. De aangevoerde informatie over problemen in Duitsland is onvoldoende om het vertrouwen te doorbreken. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat de belangen van de kinderen zodanig zijn dat overdracht onevenredig zou zijn. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft het besluit.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.