ECLI:NL:RBDHA:2024:6349
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij niet-ontvankelijk verklaring asielaanvraag
Verzoeker, van Guinese nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde deze aanvraag op 16 februari 2024 niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw2000). Tevens werd het herzieningsverzoek afgewezen.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Op 28 maart 2024 vond de zitting plaats waarbij zowel verzoeker, zijn gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van verweerder aanwezig waren.
De voorzieningenrechter overwoog dat gezien de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.13323) de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter S. Ketelaars-Mast en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is behandeld.