Op 31 december 2023 werd verdachte betrapt op het bezit van een grote hoeveelheid harddrugs (amfetamine, MDMA, cocaïne en 4-CMC) en ongeveer 1000 gram hennep in Den Haag. Tijdens de terechtzitting van 12 april 2024 bekende verdachte deze feiten. De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte opzettelijk deze verboden middelen in bezit had.
De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden zoals meldplicht bij de reclassering en een drugs- en alcoholverbod. De verdediging stelde dat verdachte niet doelbewust handelde en pleitte voor een straf gelijk aan de duur van het voorarrest met een substantieel voorwaardelijk deel en voorwaarden.
De rechtbank oordeelde dat gezien de ernst van de feiten, de eerdere veroordeling van verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden, een deels voorwaardelijke gevangenisstraf passend is. De straf is mede bedoeld om recidive te voorkomen en behandeling mogelijk te maken. Daarnaast werd een bedrag van €700,- dat in beslag was genomen aan verdachte teruggegeven.