ECLI:NL:RBDHA:2024:6237
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens onvoldoende bewijs getuige geweldsmisdrijf
Eiseres heeft namens haar minderjarige zoon een uitkering aangevraagd uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven, stellende dat haar zoon getuige was van een schietincident waarbij zijn vader gewond raakte. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat onvoldoende objectieve aanwijzingen zijn geleverd die het geweldsmisdrijf aannemelijk maken.
De rechtbank heeft het beroep op 12 maart 2024 behandeld en beoordeelt dat de enkele verklaring van het slachtoffer en de verklaringen van de zoon onvoldoende zijn zonder ondersteunende objectieve aanwijzingen. Het strafrechtelijk onderzoek leverde wisselende en tegenstrijdige verklaringen op, waardoor de feitelijke toedracht en het geweldsmisdrijf niet aannemelijk zijn gemaakt.
Eiseres voerde tevens een beroep op het gelijkheidsbeginsel aan, maar slaagde hier niet in omdat zij geen vergelijkbare gevallen aannemelijk maakte. De rechtbank concludeert dat verweerder zich redelijk op het standpunt heeft kunnen stellen dat niet is aangetoond dat de zoon getuige was van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor geen uitkering wordt toegekend en het griffierecht niet wordt terugbetaald. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven wordt afgewezen.