ECLI:NL:RBDHA:2024:6142
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning asiel wegens Dublin-verantwoordelijkheid Frankrijk
Verzoeksters hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvragen op 14 maart 2024 niet in behandeling genomen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvragen volgens de Dublin-verordening.
Tegen deze besluiten hebben verzoeksters beroep ingesteld en tegelijkertijd voorlopige voorzieningen verzocht. De voorzieningenrechter heeft deze verzoeken samen met andere zaken op 11 april 2024 behandeld.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat nu de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het beroep, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom zijn de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.W.C.M. van Emmerik en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.