ECLI:NL:RBDHA:2024:6112

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 april 2024
Publicatiedatum
24 april 2024
Zaaknummer
NL24.11774
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 Vreemdelingenwet 2000Art. 32 Dublinverordening
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening

Eiseres, van Eritrese nationaliteit, diende op 7 september 2023 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiseres voerde aan dat zij bijzonder kwetsbaar is vanwege psychische klachten en een pasgeboren kind, en dat terugkeer naar Frankrijk onredelijke risico's met zich meebrengt.

De rechtbank oordeelt dat Frankrijk met het claimakkoord heeft gegarandeerd dat eiseres toegang heeft tot voorzieningen en medische zorg vergelijkbaar met Nederland. Er is geen bewijs dat Frankrijk niet in staat is om haar medische problemen adequaat te behandelen. Tevens geldt het interstatelijk vertrouwensbeginsel, waarbij Nederland mag vertrouwen op de Franse autoriteiten.

De rechtbank concludeert dat de staatssecretaris terecht de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Eiseres kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.11774

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 april 2024 in de zaak tussen

[eiseres] , v-nummer: [nummer] , eiseres

mede namens haar minderjarige kind:
[naam kind eiseres] ,v-nummer: [nummer] ,
(gemachtigde: mr. A.H. Hekman),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

(gemachtigde: mr. J.P. Guerain).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 18 maart 2024 niet in behandeling genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de aanvraag.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening [1] , op 10 april 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de staatssecretaris.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiseres. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiseres heeft aangevoerd, de beroepsgronden.
3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiseres ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van haar aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
4. Eiseres stelt de Eritrese nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] 1998. Zij heeft op 7 september 2023 een asielaanvraag ingediend. Uit Eurodac is gebleken dat eiseres op 23 juni 2021 in Italië en op 14 april 2023 in Frankrijk een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend. Op 13 oktober 2023 heeft Nederland de autoriteiten van Frankrijk verzocht om eiseres terug te nemen. Op 30 oktober 2023 zijn de autoriteiten van Frankrijk hiermee akkoord gegaan.
Totstandkoming van het besluit
5. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de staatssecretaris een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. [2]
Moet de staatssecretaris de asielaanvraag van eiseres (onverplicht) in behandeling nemen?
6. Eiseres betoogt dat zij gekwalificeerd moet worden als bijzonder kwetsbaar persoon met een pasgeboren baby, omdat zij psychische schade heeft opgelopen vanwege haar ervaringen gedurende haar reis naar Nederland. Zij heeft daardoor namelijk angsten en een depressie. Eiseres is bij de GZA-arts geweest en wacht op een doorverwijzing naar een specialist voor haar psychische klachten. Dit was eerder vanwege haar zwangerschap uitgesteld. In beroep heeft eiseres een medisch stuk overgelegd ter onderbouwing van haar bijzondere kwetsbaarheid. Dit betreft een journaaloverzicht van 29 maart 2024 waaruit volgt dat eiseres zich vaak somber voelt en depressieve klachten heeft. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiseres verder toegelicht dat de kern van het betoog vooral betreft de zorgen voor onvoorspelbaar gedrag van eiseres en gebrek aan zelfredzaamheid bij haar en hoe eiseres mentaal omgaat met het vooruitzicht op terugkeer naar Frankrijk gelet op haar angsten die voortkomen uit haar vluchtgeschiedenis. Daarbij verwijst gemachtigde naar het document, overgelegd bij de zienswijze “Information on procedural elements and rights of applicants subject to a Dublin transfer to France”, waaruit volgt dat de transfer vanaf het vliegveld bij aankomst in Frankrijk naar de opvanglocatie niet is geregeld en eiseres dit op eigen wijze moet regelen en dit gelet op het voorgaande een onredelijk risico is. Op de zitting heeft eiseres nog aangevoerd dat zij, na alles wat zij voor haar komst naar Nederland heeft meegemaakt, zich voor het eerst veilig voelt en rust heeft gekregen.
6.1.
De beroepsgrond slaagt niet. De staatssecretaris stelt zich terecht op het standpunt dat Frankrijk met het claimakkoord heeft gegarandeerd dat eiseres als Dublin-terugkeerder gebruik kan maken van alle voorzieningen die in Frankrijk voor Dublin-terugkeerders open staan. Frankrijk heeft dezelfde medische verzorgingsmogelijkheden als Nederland. Er zijn geen aanwijzingen dat Nederland het meest geschikte land is om eiseres te behandelen. Verwacht mag worden dat Frankrijk eiseres haar eventuele medische problemen net zo goed kan behandelen. Daarbij stelt de staatssecretaris terecht dat, indien eiseres daarvoor toestemming geeft, er op grond van artikel 32 van Pro de Dublinverordening een uitwisseling van haar medische gegevens kan plaatsvinden tussen Nederland en Frankrijk. De autoriteiten van Frankrijk worden dan voor de overdracht over eventuele bijzondere medische behoefte geïnformeerd. Ter zitting stelt de staatssecretaris dat de Franse autoriteiten er ook van op de hoogte worden gebracht dat eiseres met haar minderjarige kind wordt overgedragen. De staatssecretaris stelt zich hierbij verder terecht op het standpunt dat voor Frankrijk ook nog altijd uitgegaan kan worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit betekent, onder meer, dat de staatssecretaris ervan uit mag gaan dat eiseres bij voorkomende problemen kan klagen bij de (hogere) autoriteiten van Frankrijk. Er is niet gebleken dat zij die mogelijkheid niet heeft of dat de autoriteiten van Frankrijk haar niet kunnen of willen helpen. Het voorgaande maakt dat de staatssecretaris, hoezeer ook begrijpelijk dat eiseres graag blijft op een plek waar zij zich veilig voelt en rust heeft gekregen, de asielaanvraag niet in behandeling hoeft te nemen.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Emaus, rechter, in aanwezigheid van mr. B. Voors, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zaaknummer NL24.11775.
2.Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.