ECLI:NL:RBDHA:2024:6111
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Intrekking tijdelijke verblijfsvergunning mensenhandel na onvoldoende bewijs visumdossier
Eiseres had een tijdelijke verblijfsvergunning regulier onder de beperking tijdelijke humanitaire gronden in het kader van de verblijfsregeling mensenhandel, die door de staatssecretaris is ingetrokken. Eiseres stelde dat de staatssecretaris tekort was geschoten in zijn samenwerkingsplicht door het visumdossier niet op te vragen, terwijl daarin mogelijk gegevens van een verdachte zouden staan.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet had voldaan aan haar inspanningsplicht om het visumdossier zelf op te vragen bij het aangewezen bestuursorgaan, wat niet de IND is. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of het dossier relevante informatie bevatte. De staatssecretaris hoefde het dossier daarom niet op te vragen.
De rechtbank vond het bezwaar van eiseres kennelijk ongegrond en concludeerde dat de staatssecretaris voldoende had gemotiveerd waarom het bezwaar werd afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de tijdelijke verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.