ECLI:NL:RBDHA:2024:5960
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens premature ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiser heeft op 21 augustus 2022 een asielaanvraag ingediend bij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Aanvankelijk werd een andere lidstaat verantwoordelijk geacht voor de behandeling van de aanvraag, maar op 9 mei 2023 werd Nederland aangewezen als verantwoordelijke lidstaat, waarmee de beslistermijn voor de staatssecretaris aanving.
Op grond van de Vreemdelingenwet 2000 en de Procedurerichtlijn geldt een maximale beslistermijn van 21 maanden na indiening van de aanvraag, wat in deze zaak neerkomt op 21 mei 2024. Daarnaast is de beslistermijn verlengd met negen maanden op grond van het Wijzigingsbesluit Vreemdelingencirculaire 2022/22, waardoor de termijn tot 9 augustus 2024 zou lopen.
Eiser heeft echter op 22 november 2023 een ingebrekestelling gestuurd, terwijl de beslistermijn nog niet was verstreken. Volgens artikel 6:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht moet een ingebrekestelling pas worden gedaan nadat de beslistermijn is verstreken. Door deze premature ingebrekestelling is het beroep niet-ontvankelijk verklaard, waardoor de rechtbank niet inhoudelijk op de zaak kan ingaan.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 23 april 2024.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens een premature ingebrekestelling.