ECLI:NL:RBDHA:2024:5846
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenvergoeding na inwilliging asielaanvraag wegens niet-tijdig beslissen
Verzoeker stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 27 juli 2022. Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris de aanvraag op 24 januari 2024 alsnog ingewilligd. Hierdoor heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De rechtbank oordeelt dat verweerder geheel aan het beroep tegemoet is gekomen door alsnog te beslissen en de aanvraag in te willigen. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank in dat geval de proceskosten aan de verweerder opleggen.
De rechtbank stelt de proceskosten vast op €437,50, gebaseerd op een puntensysteem voor beroepsmatige rechtsbijstand, met een wegingsfactor 'licht' vanwege de beperkte aard van het beroep. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 22 april 2024.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €437,50 aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen en inwilliging van de asielaanvraag.